Geografie
Zweden is een van Europa's grootste landen. Met een
oppervlakte van 449.964 vierkante kilometer is Zweden zo'n elf keer
groter dan Nederland. Van noord naar zuid is het land 1.574 kilometer
lang, de grootste breedte bedraagt 500 kilometer. In het westen grenst
Zweden aan Noorwegen, in het noorden aan Finland. De grens met
Noorwegen is 1.643 kilometer lang, die met Finland 536 kilometer. In
het zuidwesten grenst Zweden aan het Skagerrak en het Kattegat, in het
oosten aan de Oostzee en de Botnische Golf. Voor de oostkust liggen de
eilanden Öland en Gotland. De kustlijn is 2.500 kilometer lang,
inclusief inhammen zelfs 7.500 kilometer.
Om historische redenen is Zweden in te delen in drie gebieden: Zuid-,
Midden- en Noord-Zweden. Zuid-Zweden of Götaland is het
dichtstbevolkte gebied. Midden-Zweden of Svealand is het historische
hart van Zweden. Noord-Zweden of Norrland beslaat het grootste
gedeelte van Zweden en is tegelijkertijd het dunst bevolkt. In het
onherbergzame deel van Norrland wonen de Lappen met hun rendierkudden.
Door de rijkdom aan delfstoffen is dit deel echter een belangrijk
gebied voor de industrie.
Zweden heeft veel meren, waarvan er een aantal tot de grootste van
Europa behoren (zoals het Vännern of Vättern en het Mälaren). Voor de
oostkust liggen ontelbare rotseilandjes (scheren), die deels begroeid,
deels geheel kaal zijn. Het scherengebied (Archiapelago) is een
populair vakantieoord. De overwegend vlakke zuidelijke kust heeft op
enkele plaatsen zandstranden. Het totaal aantal Zweedse eilandjes
wordt geschat op 150.000.
Een lange bergketen in het noordwesten strekt zich uit langs de grens
met Noorwegen. Deze keten is niet hoog, gemiddeld 1.200 meter. De
hoogste top is de 2.123 meter hoge Kebnekajse, ten westen van Kiruna;
de Äpartjåkko zou evenwel 27 meter hoger zijn. Typisch voor het land
zijn de langgerekte heuvelruggen, waarvan er enkele naast elkaar
liggen; de meeste zijn met bossen bedekt. In totaal is 58 procent van
de Zweedse bodem met bossen bedekt. Vanaf het gebergte loopt het
landschap van de Noors-Zweedse grens naar de Oostzee af. In die
richting stromen dan ook de meeste rivieren. Zuid-Zweden is zacht
glooiend en bedekt met bossen, weiden en akkers. Het glooiende
Midden-Zweden heeft bossen en meren, maar minder akkers. Het ruige
Noord-Zweden heeft bergen, moerassen en uitgestrekte wouden.
Klimaat
Het grootste deel van Zweden heeft een landklimaat,
met koude winters en behaaglijk warme zomers. Er komen echter grote
verschillen voor, omdat Zweden zich uitstrekt van 55 - 69 graden
noorderbreedte. Het zuidelijk deel van het land heeft een zeeklimaat,
met over het algemeen vochtig en zacht weer. Onder invloed van de
Warme Golfstroom, die langs de westkust loopt, is het hier relatief
warmer dan elders op dezelfde breedtegraad. De zomer is minstens even
warm als in West-Europa. Dankzij de Golfstroom is de gemiddelde
zomertemperatuur er zelfs vier graden hoger dan in Nederland.
Midden-Zweden heeft een continentaal klimaat, met koude winters en
warme, droge zomers. De havens in de Botnische Golf vriezen in de vaak
strenge winters dicht. De zomermaanden (juni-augustus) zijn behoorlijk
warm; Stockholm heeft in de zomer een gemiddelde dagtemperatuur van 18
graden Celsius. Ongeveer een zevende deel van Zweden ligt ten noorden
van de poolcirkel. Dit leidt er samen met de bergachtige ligging toe
dat de wintertemperatuur in het noorden laag is. De winter begint al
eind september en de temperatuur kan dalen tot -40 graden Celsius,
maar doordat de lucht droog is en de wind vaak ontbreekt, is de kou
wel te verdragen. In de zomer gaat de zon (bijna) niet onder en lopen
de temperaturen op tot heel behaaglijke hoogten.
Allemansrecht
Iedereen heeft het recht om van de Zweedse natuur te genieten. Het Zweedse “allemansrecht” is genereus, maar eist daarentegen wel voorzichtigheid en verantwoordelijkheid van bezoekers. Het Zweedse allemansrecht betekent vrijheid voor iedereen. Je mag echter geen misbruik maken van dit recht.
Je mag geen schade toebrengen aan het milieu of dieren verwonden en je moet rekening houden met grondeigenaren en met anderen die in de natuur verblijven. Omwille van de bescherming van in het wild levende dieren moeten alle honden gedurende de periode 1 maart - 20 augustus worden aangelijnd.
Je mag wandelen, fietsen, paardrijden, skiën en zich tijdelijk in de vrije natuur ophouden, mits je geen gewassen, terreinen met jonge bosaanplant of andere gevoelige terreinen beschadigt.
Je dient de persoonlijke levenssfeer van mensen te respecteren door geen privé-terreinen te passeren of daar te verblijven. Niet storen en niet vernielen, dat is het voornaamste principe van het Zweedse allemansrecht.
Je mag één nacht kamperen op land dat niet voor landbouwdoeleinden wordt gebruikt en dat niet pal naast een woonhuis is gelegen. Vraag de grondeigenaar om toestemming als je met een groep wilt kamperen.
Je mag vuur maken als dat geen kwaad kan, maar op kale rotsen is dat niet toegestaan omdat deze blijvend kunnen beschadigen doordat ze barsten. Als het verboden is vuur te maken, geldt dat voor elk open vuur. Dit is vaak het geval in nationale parken en beschermde terreinen.
Je mag in de natuur bloemen, bessen en paddestoelen plukken, maar sommige planten, zoals alle orchideesoorten, zijn beschermd en er kunnen speciale wettelijke voorschriften gelden ten aanzien van wat je wel en niet mag plukken.
Laat geen afval achter.
Je mag op een sneeuwscooter rijden als er geen gevaar bestaat bossen of percelen te beschadigen die door sneeuw worden bedekt.
~Je mag veel~
maar vooral mag je genieten !